First we take Manhattan, then we take Berlin

Mireille had de kriebels al eerder (Rotterdam komt snel dichterbij!), maar mijn tweede marathon staat nu ook gepland: 30 september in Berlijn! Na de NYM ben ook ik blijven lopen. Ik heb o.a. twee weken na NY mijn langzaamste zevenheuvelenloop gelopen met Mireille en Sari en weer geweldig genoten.

Daarna nog de derde kerstdagloop (14km), de Polar Night halve marathon (zie ook http://www.keep-on-running.nl/10-vragen-aan/paula-fikkert.html), en de Safarirun. Februari heeft in het teken gestaan van de wintersport (eerst schaatsen, daarna skiën), maar vanaf morgen – precies een jaar nadat ik weer begonnen ben te lopen na een langdurige achillespeesblessure. Vandaag vond ook ik mijn NYM certificaat in de post!

Ik moet eens even goed gaan nadenken over het schema voor Berlijn, want ik ga deze zomer een hele maand fietsen in Birma en dat combineert niet zo goed met hardlopen… Wordt vervolgd.

Laat een reactie achter

You never run alone – Mireille blogged!

Een week na terugkomst uit NY begint het te kriebelen: dit wil ik nog eens doen! Hoewel 42km met verstoorde darmen geen pretje was, het kan altijd nog gekker en schrijf me nog diezelfde week in voor Rotterdam. 15 april 2012 is m’n nieuwe datum!

Inmiddels heeft ook loopmaatje Henk zich aangesloten, die prachtkerel die ik vorig jaar op de laatste 12k mocht hazen. En loopmaatje Sandra die, geïnspireerd door deze blog, zelf over marathonmeiden is gaan schrijven in de aanloop naar Rotterdam.

Van Paula de marathonkalender gekregen, ik raak weer helemaal in de juiste mindset!

20120121-004116.jpg

Er staat dus weer heel wat aan trainingen in m’n agenda. 1, misschien 2 marathons per jaar; is het haalbaar? We gaan het zien. Wat betreft deze blog, die hou ik er nog even in.

Misschien vertel ik je nog wel over hoe ik bij de start ben toegezongen door onze eigen Lee Towers. Over hoe hij You never walk alone over de Coolsingel galmde en dat ik daar zoooo kippenvel van kreeg.

En dat ik slechts een mobiel toilet heb bezocht voor niets anders dan een gewone sanitaire stop…

Walk on
Walk on
With hope in your heart
And you’ll never walk alone
You never walk alone….

Reacties (3) »

Yes we can! – Mireille blogged her NYCM race

Op zondag 6 november is het, na lang trainen, eindelijk zover: onze New York City Marathon! 42KM, 26.2Miles. Na maanden van voorbereiding en spanningsopbouw komt die dag dan éindelijk. Ik moet je eerlijk bekennen: ik was er ook wel een béétje klaar mee. Het vele trainen, alles in het teken van de marathon. Het viel me niet altijd mee, maar het doel was helder: lopen in New York, geld inzamelen voor Energy4all.

Time flies when you’re having fun… zeggen ze. Marko Koers had ons tijdens één van de laatste clinics voorgehouden vooral veel te genieten, want het was voorbij voor je het wist. Voor de nummers 1, 2 of 3 gingen we niet, dus als we dan toch niet op het erepodium hoefden te verschijnen, konden we ook maar beter met volle teugen genieten van dat enorme evenement.

En die nacht kan ik amper slapen. We moeten om kwart voor 6 ‘s ochtends in de bus zitten, en oh God, wat wil ik graag slapen. New York hakt er aardig in. I want to wake up in a city that never sleeps… Maar ik slaap helemaal niet! Half 2, eyes wide open, starend naar het plafond. Oordoppen in want het lawaai dat vanaf Broadway ons hotel opwaait is heftig. Het mag niet baten, ik lig daar maar, na te denken over wat het ultieme genieten moet worden. Heb ik wel genoeg getraind? Heb ik mijn benen de afgelopen dagen niet tot pap gelopen? Heb ik wel voldoende gedronken? Gegeten? Alles spookt door m’n hoofd en ik krijg het er behoorlijk warm van. Om half vijf hou ik het niet meer en stap ik onder de douche. Na een staand ontbijt, mijn standaardontbijt van boterhammen met jam, dat ik met geweld naar binnen moet stóuwen, vertrekken we richting de bus. Skijacks, dikke fleece truien, slaapzakken, stukken plastic, alles wat ons warm kan houden nemen we mee.

De bus wordt bestuurd door een stoere NY Latina die het niet kan laten een race aan te gaan met de overige bussen die zich over de Verrazano bridge richting Staten Island – het startterrein – spoeden. Haar houding, haar rauwe grappen maken dat er een beetje “lucht” bij kan komen. Verder veel strakke bekkies in de bus. Een aantal hartslagmeters van lopers achter ons geven al een hoog piepgeluid weer in een ritme dat Paula en mij even doet fronsen. Als die harten nu al zo tekeer gaan, wat moet dat dan straks worden?

Het startterrein heeft meer weg van een popfestival. Pinkpop goes Staten Island. Zoiets. Een band staat luid te rocken, in het gras liggen plukjes mensen bij elkaar. Sommigen proberen wat slaap te pakken. We vinden een prima plekje, maar al gauw blijkt dat Paula en ik daar afscheid moeten nemen. Onze startvakken liggen nogal uit elkaar, Paula start in blauw bovenop de brug, ik in groen op het onderdek.

Ik blijf achter met Karen en Antoinette, Katja, Adje, Jochem, Paul, Marije, Michiel en Loek. Nadat we de tassen hebben ingeleverd vullen de uiteindelijke startvakken zich al snel. Ik krijg er gezelschap van een alleraardigste dame, Christine Stutzke, Duitse en net over de grens bij Roermond woonachtig. Ze is 65, heeft al meerdere marathons op haar naam staan, maar is nog nooit in NY geweest. Hoe makkelijk je in zo’n setting ook kennis maakt aan anderen. Sport verbroedert, dat is duidelijk. Ik heb er zomaar een Deutsche Sportschwester bij.

Vlak voor de start worden we toegezongen. Een dame, werkzaam bij de New York Fire Department, zingt “God bless America” en galmt ons toe. Fantastisch, echt kippenvel op je armen. Dan klinkt het kanonschot en worden we de Verrazano bridge opgejaagd. Wat kan ik zeggen. Met zoveel mensen over een brug heen stappen, met een prachtig uitzicht over de stad. Zo indrukwekkend is een race voor mij nooit eerder begonnen. Wel bijzonder dat mensen eigenlijk ook vrijwel direct beginnen te wandelen. Er is nog geen mijl afgelegd of ze staan al bijna stil op het traject. Dat is voor de hardlopers wat lastig. We moeten al zigzaggen tussen de achtergelaten kleding, mutsen, handschoenen en plastic zakken, en daar komt dan ook nog het laveren tussen wandelende en stilstaande “lopers” bij.

Eenmaal van de Verrazano bridge af (heerlijk als je naar beneden mag rennen) komen we op een punt waar de lopers weer werden samengevoegd. Een bijzonder moment. Eén lang lint van lopers, zover je kunt kijken, voor en achter je. Er zingen gospelkoren, er spelen tientallen bands, eenzame gitaristen laten prachtige of minder prachtige klanken horen, boomboxen worden buiten gezet. Wat kunnen Amerikanen een feest vieren! Ongelooflijk. En wat ben ik blij dat ik op de valreep nog m’n naam op m’n t-shirt heb laten printen. “Come on Mwurielle! You’re looking good! You can do this! You’re gonna cross that line!”.

Bij 15 kilometer krijg ik daar toch wel wat twijfel over. De trainers hadden ons duidelijk gezegd dat we bij alle drankposten moesten drinken, en wat eerder gebeurde, gebeurt nu weer: de Gatorade valt totaal verkeerd. Ik voel me met de minuut misselijker worden en kan ternauwernood een Dixie bereiken om de hele boel weer uit te kotsen. De kilometers daarna blijf ik me ziek voelen. Veel kokhalzen, toch weer proberen te eten en te drinken om de man met de hamer voor te zijn, maar inmiddels hebben mijn darmen ook besloten mee te doen met het feestje. Op enig moment, zielig op een mobiel toilet, vraag ik me af of ik überhaupt nog van die WC af zou kunnen komen. Strompelend weer op gang. Niks wandelen: rennen ga je!

Ik passeer juichende mensen die me toeroepen dat ik door moet gaan. Kinderhandjes die om High-Fives vragen. Een enorme beer van een kerel die me trakteert op de beste Free Hug ever. Ik zie lopers die een dansje wagen met het publiek. Er lopen cheerleaders rond die de maratonlopers entertainen en aanmoedigen. Hier is iets bijzonders gaande. Het tintelt door mijn hele lijf. Maar ik voel me nog steeds goed beroerd. Als we de Queensboro bridge oprennen ben ik bang dat ik weer moet overgeven. Achter me kakelt een klein vrouwtje me tegemoet. Ze loopt met ballonnen en blijkt tot de pace-teams behoren. Als ze me voorbijrent, gevolgd door een man of 3, 4, raap ik mezelf bij elkaar: ik ga mijn marathon niet laten vergallen door wat ik fysiek allemaal voel, ik ga aanhaken en haar niet meer loslaten. En zo ren ik samen met mijn “haas” 1st Avenue op. Ze deelt alle mijlen op in stukjes, praat over wat de mijlen met je kunnen doen, voor wie je ze kunt lopen, dat die pijn maar 5 uur duurt en dat er mensen zijn die meer pijn hebben dan ik in die 5 uur bij elkaar kan voelen. Ze heeft een punt. Een heel sterk punt. En zo lopen we mijl voor mijl. Ze telt tot vijf bij de drankposten, opdat we gezamenlijk overgaan tot wandelen, drinken, en na 5 tellen vervolgen we ons pad weer.

Uiteindelijk rennen we Central Park in. Nog maar een paar mijlen te gaan. Het gaat niet snel, en ik weet dat ik nog een beetje over heb. Ik kan het zonder m’n haas, ik weet het. Met alles wat ik nog in me heb, veel is het niet, versnel ik m’n pas en verlaat ik het groepje. De laatste twee mijlen schiet ik nog langs een hoop mensen heen. Van sommigen straalt de pijn af. Wat een doorzetters lopen hier. Wat een ongelooflijke prestaties worden hier neergezet! Ik voel de tranen in me opkomen als ik in de buurt van de finish kom. Nog zoveel yards… nog zoveel yards…heuveltje op – en dan ben ik er. M’n armen gaan in de lucht. In m’n vuisten zit zoveel kracht. Ik kwam van ver…en ik ben er. Eindelijk. Eenmaal over de matten rollen de tranen over mijn wangen. Die laatste mijlen waren voor de mensen van wie ik hou, en ze waren zo dicht bij me. De man bij de medailles kijkt me glimlachend aan. Ik hang je de medaille om je nek, lady, maar dan moet je wel een beetje vrolijker kijken! Hij heeft gelijk. Ik lach door m’n tranen heen. I made it…

New York is knéttergek. En met een medaille door New York lopen maakt de New Yorkers helemáál maf. Ik krijg een “boksje” in het park van een opzichter die onze medailles komt bewonderen. Een onverstaanbare Aziaat kijkt ons verwonderd aan. Uit z’n woordenbrij en gebaren maken we z’n vraag op: Of we hebben gewonnen? Jazeker, en we laten onze medailles zien. We hebben zéker gewonnen. Oh echt? Dan wil hij absoluut met ons op de foto. Eerst met Paula, dan met mij. We lachen ons een kriek. Op een goeie dag gaat dit verhaal in Taipeh, Bejing of weet ik veel waar een eigen leven leiden: op de foto geweest met de winnaars van de New York City Marathon 2011. We worden toegeknikt, er wordt geapplaudisseerd: New York is trots op ons, en dat laten ze merken.

En dan is het dinsdag. Na een bezoek aan Ground Zero gaan we weer richting vliegveld. We kijken naar de skyline van NYC, verbazen ons over de brug waar we nu overheen rijden – en waar we zo hard op hebben gezwoegd, twee dagen geleden. We deden het, we hebben het verdorie nog aan toe gedáán. De medailles nog steeds trots op onze buik, aan een koningsblauw lint. We voelen ons allemaal winnaars. Ieder met z’n eigen verhaal, z’n eigen race… zo bijzonder.

De man aan de incheckbalie op JFK airport kijkt me met glimmende ogen aan. “Did you really run that marathon Sunday?” En ik knik. Trots op dat grote blinkende ding dat nu al twee dagen om mijn nek hangt. “Can I touch it?” vraagt ie beleefd. Natuurlijk mag dat. Met zijn vingers glijdt hij over het metaal en kijkt me vervolgens veelbetekenend aan: ” Oh missy, you’ve been writing history in my city!” Ik weet het. Hier is het gebeurd. Ik ben niet langer een hardloper. Sinds 6 november 2011 ben ik een marathoner. Yes-I-am.

20111111-080640.jpg

Reacties (8) »

We did it!

Excuses voor de lange radiostilte. De meeste mensen hebben inmiddels via de tweets, facebook, kranten, websites etc. al gehoord dat we de finishlijn ongeschonden en dolgelukkig gehaald hebben. Het was een onbeschrijflijk event. We waren sprakeloos. We zijn als goden, stars, superheroes behandeld in New York en we zijn nog druk bezig het allemaal een plaatsje te geven. Maar hier de min of meer droge feiten:

5.00

Wekker gaat, maar we waren allang wakker van alle spanning. Proberen wat eten naar binnen te werken, maar het gaat niet makkelijk. Mireille eet braaf haar boterhammen met jam, Paula maakt een bakje muesli met yoghurt voor in de bus; eten lukt nog niet.

5.45

Bus komt voorrijden. De hele kudde marathonlopers van de Gelderlander staan te drentelen in de hal en beweegt zich naar de bus. In de bus is het gezellig. We hebben een crazy Latino vrouwelijke chauffeur, die denkt dat zij ons eerder over de finish krijgt als zij het eerst de brug over is. De busrit lijkt desalniettemin eindeloos: moeten we dat hele stuk terug rennen?

6.45

Voor 7.00 zijn we bij de Verrazano-brug. We zoeken een plek op om te bivakkeren. Paula start om 10.10, Mireille nog een half uur later, dus we moeten de tijd doorkomen. Niet lang erna scheiden onze wegen: Mireille gaat naar het groene vak, en Paula naar het Oranje.

7.30

In het oranje vak aangekomen vormen we een mooi groepje op oranje skippyballen. Fantastisch idee! We maken afspraken met Ron, de fotograaf die ook in Corral 33 (wave 2) start. Hij wil foto’s maken voor op de voorpagina, boven op de brug. Ieder half uur naar de WC. Zenuwachtig?

9.30

Tijd is omgevlogen: we mogen al naar de corral! Daar wordt het strippen. Een voor een neem ik afscheid van oude kledingstukken: mijn kanariegele ski-jas (zo herkenbaar op de piste), mijn eerste hardloopjasje (toen kocht ik nog alles op de groei, die nooit heeft doorgezet). De zon schijnt. Het is werkelijk fantastisch weer. Wat een geluk! Een week geleden lag hier nog 10 cm sneeuw. Nu loopt de temperatuur langzaam op van 4 graden tot 14 graden als we lopen (het lijkt overigens veel warmer).

Dan gaat het kanonschot voor de tweede keer: onze corral beweegt zich langzaam richting start. Truien, handschoenen en mutsen vliegen je om de oren. We gaan de startlijn over. Respect voor Ron: die sprint voortdurend vooruit om wat foto’s te schieten. Hij doet de marathon als interval training.  Het uitzicht op de brug is fantastisch: de skyline van Manhattan ligt voor ons. Het grote feest begint. We lopen van band naar band. Het publiek is uitzinnig vanaf het moment dat we de brug afkomen, en dat blijft zo. Sterker nog het wordt alleen maar gekker. Prachtige spandoeken, mooie beloften, en heel veel lieve mensen langs de kant. Je kijkt je ogen uit.

Vanaf nu ben ik ieder besef van tijd kwijt. Gelukkig heb ik een loopmaatje gevonden. Bas houdt onze gemiddelde snelheid nauwlettend in de gaten en als ik me weer even laat gaan, fluit hij me terug. Rustig aan. Gek genoeg luister ik ook nog. Gelukkig maar, want we gaan als een trein, maar het is een heel eind, 26.2 mijl (nooit beseft dat mijn verjaardag de marathonafstand is – verklaard misschien waarom ik dit altijd al een keer had willen doen). Onderweg ben ik nog twee hindernissen tegen gekomen. De eerste: niet meewerkende darmen. Weliswaar staan bij elke mijl dixies, maar overal was er een lange rij. Bij mijl 8 houd ik het niet meer en sluit ik aan bij de rij. Duurt eindeloos. Bas wacht geduldig, want bij mij duurt het ook eindeloos. Maar het lucht op, en daarna loopt het een stuk gemakkelijker. De tweede: een val. Gestruikeld terwijl ik mijn iPhone van de grond probeer te pakken. Snel opstaan en verder. Gelukkig alleen een open elleboog, maar die heb je niet nodig om te rennen.

Mireille heeft ervoor gezorgd dat mijn naam op het shirt stond. Voor en achter. Mijn naam doet het goed bij het publiek. Ik heb een beroemde naamgenoot, dat helpt. In elk geval voel ik me een Paula Radcliff: het publiek roept voortdurend dingen als: ‘Looking good Paula!’, ‘You can do it Paula’, ‘Great job, Paula’. Iedere keer als ik het een beetje zwaar heb, ga ik aan de zijkant lopen: dan word ik weer overladen met persoonlijke complimenten, brede glimlachen, en krijg ik vleugels. Geweldig. Echt geweldig. Het ziet er goed uit bij het eerste Holland Supporters punt rond 26 km.

Het is een lang eind door Manhattan. Dan de Bronx in: wanneer loop je daar nou? Ook daar is iedereen enthousiast. Yeah Paula, you can do it Paula, great socks, Paula. Als we de laatste brug over zijn, lopen we weer Manhattan in: het einde is in zicht (figuurlijk), maar het is nog steeds ver. De mensen blijven maar juichen, en ik blijf mijn benen optillen. Als een plank naar voren vallen en benen optillen. Zwaartekracht gebruiken, schouders ontspannen. Het gaat nog steeds goed. In vraag me af wanneer we nu eindelijk Central Park in gaan, maar ook dat gebeurt op een bepaald moment vanzelf. Dan het park weer uit, laatste stukje vals plat. Er zijn veel mensen die wandelen, maar Bas en ik lopen door, het gaat goed, we lopen steeds sneller. Nog twee mijl te gaan en het gaat nog steeds goed. We lachen de supporters op het tweede punt toe.

Als we Columbus op zijn sokkel zien staan, weten we dat we er bijna zijn: nog even een heuveltje op het park weer in, en dan zien we de finish! Een sprintje durf ik niet. Het zou zonde zijn het nu te forceren. Ik blijf in hetzelfde ritme doorgaan en haal de finish in 4 uur 5 minuten en 23 seconden. Bas en ik vliegen elkaar om de hals: we did it! (Helaas heb ik geen foto met medaille), maar die heeft Mireille wel (komt eraan!).

Tijd is nu bijna half drie in de middag.Dan volgt er een lange, langzame en eenzame wandeltocht naar de UPS wagens. Ik ben moe, begin het koud te krijgen en word een beetje misselijk en ben de rest van de Gelderlander lopers kwijt geraakt. Begrijp niet hoe het kan. Als ik mijn spullen heb opgehaald, en in mijn Radboud trainingspak het park uitloop op zoek naar de bus, is het een chaos. Ik weet niet meer welke kant ik op moet. Er is geen bus te bekennen. Gelukkig ontfermt een lieve collega-hoogleraar van de VU zich over me. We proberen een taxi te vinden, maar tevergeefs. Het wordt een wandeltocht naar het hotel. Ik wil iets warms. Soep, bijvoorbeeld. We proberen in een tentje wat soep naar binnen te slaan, maar bij mij komt het er sneller uit dan het erin komt. Gek genoeg blijken er achteraf veel lopers te zijn bij wie maag en darmen het laten afweten. Niet gek eigenlijk als je bedenkt hoe vaak die op en neer zijn gegaan tijdens die 26.2 mile. Maar niemand heeft daar iets over gezegd. Je hoort altijd van alles over spierpijn, maar darmen? Dat is kennelijk taboe.

Dan maar verder naar het hotel. Daar plof ik rond vijf uur (!) neer op mijn bed, maar na 10 minuten besluit ik een lange, warme douche te nemen. Dan is die vrij als Mireille terug komt. Ik vraag me af hoe het met haar gaat. Via twitter verneem ik dat ze binnen is in 5 uur 15. Voel me een beetje schuldig dat ik niet met een cappuccino van de Starbucks op haar sta te wachten. Maar ik maak het goed: als ze even later binnenkomt, ren, nee loop ik, naar de Starbucks op de hoek, terwijl zij een lange douche neemt. Kamer 4.02 is binnen. Dolgelukkig.

Twee dagen lopen we trots met medaille rond in New York, als helden. Mensen willen met ons op de foto. We worden met groot respect behandeld. Als je ooit je zelfvertrouwen een boost wil geven, ga trainen voor de New York Marathon.Ik maak me alleen een beetje zorgen over het gewone leven, dat vandaag weer begint…Maar dit was een onvergetelijke reis.

Bedankt aan iedereen die ons heeft gesteund als sponsor, via sms, facebook, twitter, e-mail, etc. Het was fantastisch om te weten dat er zoveel mensen meeleven. Mochten jullie ooit besluiten hetzelfde te gaan doen, laat het weten…

Commentaar (1) »

Running the world

Tijdens die laatste dagen voor de NYM begin ik me wat ongemakkelijk te voelen: het is gek om even (bijna) niets doen. Het is ook een mooi moment om even terug te blikken. In februari heb ik – na een lange tijd van blessures: zweepslag, kuitkramp en ontstoken achillespezen – mijn loopschoenen weer uit de kast gehaald voor een cursus ‘Chi running’. Dat was voor mij een eye-opener! Voor het eerst sinds lange tijd kon ik weer een beetje pijnvrij bewegen. Direct na de cursusdag, op mijn verjaardag, vond de eerste clinic voor de NYM plaats. Misschien was het wel erg optimistisch van me om me voor de NYM op te geven in de kerstvakantie, maar ik wilde zo graag weer kunnen lopen…

De eerste weken heb ik vooral met de pod van Evi gelopen: start to run (bijna de hele familie is nu een grote fan van Evi). Daarna heb ik me bij de lopers van ‘Puurlopen’ aangesloten (ik was weliswaar zelden fysiek van de partij omdat ik vaak op reis was, maar mentaal was het een ernorme steun om weer bij de runners te horen) en gaandeweg begon ik me ook weer een echte loper te voelen. Ik doe dagelijks nog trouw mijn oefeningen, want die achillespezen beginnen nog steeds wel snel te mekkeren, maar als ik de signalen maar in de gate houd, dan gaat het goed.

Een van de mooie dingen van hardlopen is dat je het (bijna) overal, altijd en met iedereen kunt doen. Sinds ik met een Garmin horloge loop, die de afstanden, inspanning, en tijden voor me in de gaten houdt, heb ik ook een mooi logboek van loopjes die afgelegd heb, waarvan een groot deel in het buitenland.

De eerste buitenlandse loop met Garmin was in juni in een oude thuishaven: in de bossen van Kreuzlingen (Zwitserland), waar ik van 1996 tot 1999 gewoond heb en waar ik een vriendin bezocht, die ik vergezelde op haar hardloopronde. Prachtig is het daar toch!

De halve marathon van Tromsø (midzomernachtmarathon) – alwaar ik al jarenlang aan de universiteit verbonden ben in diverse functies – was de volgende. Wat een fantastische ervaring om ’s nachts langs het water met daarachter de besneeuwde bergen in de zon te lopen!

Konstanz, nog een plek waar ik jaren gewoond heb, maar dit was de eerste keer dat ik daar liep, en kon mezelf wel voor het hoofd slaan dat ik dit niet veel eerder gedaan had. Ook al zo mooi: weer water en bergen.

Gelukkig had ik zoveel last van een jetlag dat ik niet in de gaten had dat het enorm warm en vochtig was in Montreal. In de bossen en op de berg was het relatief koeler (maar 35 graden). Prachtig, dat wel. Twee keer (naar de)top gelopen. Verder nog een keer gelopen langs het kanaal. De bedoeling was 8x2km, maar ik kwam aan de verkeerde kant van het water terecht en de route werd uiteindelijk ruim 25km.

De hele zomer was het warm (ruim boven de 30 graden) overal waar ik was: vakantie in Lissabon, waar ik regelmatig langs de Taag liep op het expoterrein. Op de verschillende eilanden van de Azores: In de prachtige tuin van Terra Nostra op San Miguel, op de (voormalige) militaire basis op Terceira (de enige plek waar er geen stieren zijn op het eiland), en het prachtige Pico.

Tijdens het werkbezoek aan State College, USA heb ik een rondje rond de campus gelopen. In Berlijn liep ik samen met  Rune (en vele anderen) de 10 van Berlijn, door de dierentuin (zie eerdere blog).

En de laatste buitenlandse tocht was een prachtige tocht, maar wel zwaar: ruim 5 km omhoog naar Ulevallsseter in Oslo, en dan (eveneens zwaar ruim 5 km naar beneden). Langs meertjes, door het bos, in de stromende regen. Heerlijk na een week vooral zitten op mijn nieuwe kantoor in de Noorse hoofdstad.

Maar de mooiste moet nog komen…In minder dan een week! Spannend!

Laat een reactie achter

Spinnen voor energie – doe je mee? Fiets mee met Paula en Mireille! RT = lief!

Op 30 oktober a.s. organiseren we een spinning-event in het Universitair Sportcentrum van de Radboud Universiteit Nijmegen.

Wat gaan we doen?
We gaan fietsen! En jij doet natuurlijk mee! Tussen 2 en 5 uur, zondagmiddag, onder de bezielende leiding van spinning-docenten. Ben je ervaren spinner? Ben je een absolute newbie? Maakt niet uit: groot of klein, ervaren of niet: iedereen is welkom!

Uhm… en wat kost dat?
Tsja, voor niks gaat de zon op. Dat is een hele hoop energie! We zouden willen dat iedereen barstte van de energie, maar er zijn helaas kinderen op deze aarde die amper voldoende energie hebben om te spelen, stoeien, dansen, zingen… soms is er amper genoeg energie om te groeien. We spinnen voor kinderen met ernstige stofwisselingsziekten. 70% haalt de 10 jaar niet eens. Ernstig, niet?

Een fiets is jouw fiets voor 3 uur voor 75 euro. Dat kan je delen met teamgenootjes: ieder half uur iemand anders, 12.50 pp. Of ieder uur, 25 euro pp. Of misschien wil je wel gewoon 3 uur jezelf uit de naad fietsen: alles kan! Stel een team samen en geef je op: vrienden, familie, alles is mogelijk. We maken het gezellig, je steunt ons goede doel en wij lopen daarna voor jou de marathon in New York! :-) )

Oh ja! Hoe meldt je je aan? Door een mail te sturen, uiterlijk 28-10, dat je mee wilt doen, en de namen van je teamleden naar: spinning4energy@gmail.com .

Kom op! Doe mee! Geef je energie door aan kinderen die doodmoe geboren zijn.

Commentaar (1) »

Schrik in de benen! Knikkende knieën.

Net een filmpje bekeken van Erwin Wennemars na zijn eerste marathon. Dat is wel even schrikken. Hij liep met gemak halve marathons, maar had niet of nauwelijks lange duurlopen gedaan. En hij vond een marathon verschrikkelijk! http://youtu.be/tPoDNuyFPOY

Even mijn eigen loopbalans opmaken. Hoe zit het met mijn schema en heb ik niet een beetje te veel gesmokkeld? Lange duurlopen definieer ik maar even als alles boven de halve marathon. Even tellen: Dan zijn het er de laatste weken vijf geweest, met de kroon afgelopen zaterdag. Er zit maar een dertiger bij, maar wel een dikke dertiger.

17 september: 26,3
28 september: 24,4
1 oktober: 26,4
5 oktober: 23
15 oktober: 37,6

Eigenlijk heb ik ze allemaal goed doorstaan. De laatste ging wel erg langzaam, maar dat was bewust, na een onmogelijke week. Met een gerust hart stel ik vast dat ik vrij nauwkeurig het schema van Mark heb gevolgd, en maar heel weinig gesmokkeld heb (dat zat hem vooral in het aantal trainingen; gemiddeld maar 2,3x per week plus een alternatieve training – pilates of boot camp). Hele geruststelling.

Zeker omdat ik vandaag vol enthousiasme verder wilde met het schema: 4x4km. Nou mooi niet. Dat liep anders. Dat liep niet. Had mijn kloffie aan, Garmin om, maar al bij de eerste passen voelde het niet goed. Understatement: vreselijke pijn in mijn rechterknie. Buitenkant. Ben na 100 meter teruggekeerd naar huis. Beetje losmaakoefeningen gedaan en wat rekoefeningen. Nog een keer proberen. Wederom die pijn. Balen, balen. Met NY zo dichtbij.

Wellicht zitten die kilometers van zaterdag nog een beetje in mijn benen. Ik heb de ‘Yoga for runners’ video tevoorschijn gehaald en gelukkig voelt alles vanavond al veel beter aan. Nu maar hopen dat er morgen of overmorgen nog ergens een afspraak uitvalt, want die dagen staan weer bomvol. In elk geval schijnt het in het weekend weer prachtig loopweer te worden. Hopelijk ben ik dan weer helemaal fit.

Laat een reactie achter

I AM AMSTERDAM! (x3) Mireille blogged….

Terwijl Paula zaterdag maar liefst 37km’s had gemaakt, liep ik gisteren voor de derde keer de halve marathon van Amsterdam. Helaas mocht Sari niet lopen, de innige ontmoeting met een auto die haar fiets had gewrecked maar ook haar had geschampt, en een sluimerende blessure in de knie hielden haar helaas weg van de start. Loopmaatje Ans liep wel mee, en Sari ging toch mee – voor de gezelligheid!

Het was prachtig weer in Amsterdam, prima loopweer. Na de start ging het aanvankelijk te hard voor me. M’n kuiten voelden stram, maar ik dacht het er wel uit te lopen. Rechts klopte dat ook, links bleef maar knijpen. Ans liep te hard van stapel, en ik wist dat ik langzamer moest. Een half uur lang heb ik niets kunnen zeggen van de pijn die m’n good o’le beknelde buikzenuw me bezorgde, pas toen Ans wat terug moest nemen kwam ik in m’n ritme en ging het steeds lekkerder. Veel gedronken onderweg, op aanraden van Mark-de-marathontrainer, en om de 5k een powersnoepje gepakt. Dat voelde góed.

Geen snelle tijd gemaakt, want dat was ook niet de bedoeling, maar wel heerlijk gelopen, en er stond veel volk langs de weg die ons goed aanmoedigden. Die entree in het Olympisch Stadion, met de finish na driekwart rondje, was echt geweldig. Dáár krijg je nu echt vleugels van. Ik was dan ook helemaal happy toen ik over die sintelbaan richting de eindstreep knalde. Eenmaal over de streep stond ik stil en voelde hoe m’n linkerkuit totaal verkrampte. Auw! Dat hadden we niet afgesproken…

Vandaag naar Laura Houterman van Praktijk Houterman (aanrader) in Nijmegen. Ze gaat m’n kuiten onderhanden nemen, zodat alles weer soepeltjes aanvoelt. Woensdag wil ik een rustige 7heuvelenloop lopen. Vooral genieten van het onderweg zijn. En dan gaan we langzaam aan richting het rusten, het uitrusten, het bijkomen, zodat we op 6 november in goede conditie aan de start in NY kunnen verschijnen.

Boven mijn bed, aan m’n kroonluchter, hangen inmiddels 3 Amsterdam-medailles. Als je een keer een halve wilt lopen, is dit wel een hele leuke om te doen. Je waant je een ware overwinnaar, als je dat Olympisch Stadion in rent. Al het publiek, alleen voor jou (beetje fantasie inserten op deze plek), the roar of the crowd, de streep, de medaille. Volgend jaar weer!

20111017-201108.jpg

Commentaar (1) »

Berlijnse muur?

Een ideale voorbereiding op de lange duurloop van zaterdag kun je het beslist niet noemen. Er waren deze week zoveel deadlines, ik heb twee artikelen ingestuurd, en een heleboel abstracts naar een internationale conferentie, en verder was het gewoon een hele drukke week op werk. Iedere dag vroeg op en veel te lang doorgewerkt. Kortom, een uurtje of 5 geslapen per nacht. Woensdag, donderdag en vrijdagnacht heb ik ook nog eens slecht geslapen omdat ik ’s nachts voortdurend last had van een krampende rechterkuit. Ik hoor jullie al denken: dat is ook vragen om ellende (ik weet het…) Ik zat in dubio: zal ik wel, zal ik niet… naar de clinic in Oosterbeek gaan.

Op vrijdagavond besloot ik dat ik het toch zou proberen, want – was de gedachte – als ik het in deze omstandigheden kan, dan gaat het in NY zeker lukken. Wekker gezet om 7.00 volgens het advies van Mark, die ons begeleid bij de trainingen, kleren alvast klaargelegd, voor middernacht naar bed. Het begon zaterdag al goed: ik schrok om 8.30 wakker. Geen wekker gehoord. Snel ontbijt regelen (bananenbrood van superrijpe bananen – ook aanbevolen door Mark, een grote Latte – zonder koffie begint de dag voor mij niet – en een halve liter sportdrank), oefeningen voor de achillespezen doen, flesjes en krachtvoer klaarmaken om mee te nemen en om 9.15 zat ik in de auto richting Oosterbeek.

Ik nam een heel wijselijk besluit: ik zou met de langzaamste groep meelopen, zodat ik me goed op de techniek kon richten. Doel: 32 km uitlopen zonder kramp. Tijd volstrekt onbelangrijk. Zo gezegd, zo gedaan. We begonnen met een groepje van vijf. Gelukkig hield Karin de regie in handen, want ik liep toch iedere keer weer een beetje sneller dan het plan was. Vooral de eerste ronde had dat wel een functie: ik geloof dat ik vier keer de bosjes ben ingedoken voor sanitaire stops – Latte is misschien toch geen goed idee), en daarna nog ieder rondje een keer. In Jan had ik een goed loopmaatje: de eerste helft van elk rondje begonnen we langzaam, en we eindigden telkens een beetje sneller dan de rest. Overigens een pittig rondje met behoorlijk wat hoogteverschil (zie plaatje). De extra tijd benutten we door wat te eten, te drinken en te stretchen, zodat we het volgende rondje weer met het hele groepje konden starten. Het ging gesmeerd.

Het laatste rondje was voor de anderen in het groepje teveel, en hebben Jan en ik samen gelopen. Een man die zijn auto stond te wassen vroeg of we rondjes aan het lopen waren, waarop we zeiden: 4 van 8km, maar dit is de laatste. Volgens mij bleef hij ons met open mond aanstaren tot we uit beeld waren. Vlak voor het einde moesten we op een pad nog een groep wandelaars passeren, die elkaar toeriepen ruim baan te maken voor de hardlopers. Vol trots keken Jan en ik elkaar aan: ondanks het lage tempo waren we toch onmiskenbaar hardlopers! Mijn kuiten probeerden af en toe een beetje op te spelen, maar met de chi-running techniek is het gelukt om de onderbenen ontspannen te houden. Zelfs vandaag heb ik soepele kuiten, geen kik van mijn achillespezen. Ik ben alleen een beetje stijf. Ik hoop van harte dat de hamstring van Jan ook niet te klagen heeft.

Na de vier rondjes, zijn we rustig door het bos teruggejogd naar het hotel in de hoop dat er nog iets te eten was. Het was uitgestorven, een hoop vuile was, maar er waren nog net een paar broodjes en wat bananen over. Het hotelpersoneel bracht ons nog een karafje jus. Bleek dat mijn Garmin bijna 38 km aangaf. New York: we zijn er klaar voor! Geen man met de hamer gezien. Geen muur gezien. Het lijkt Berlijn wel.

Commentaar (1) »

Friendship Run Cancelled… but not for me; Mireille blogged

Eén van de onderdelen van de New York City Marathon is sinds jaren de zogenaamde Friendship Run. Deelnemers aan de NYCM verzamelen zich op zaterdag voorafgaand aan de marathon op een bepaalde plek en lopen van daar uit 5 kilometer naar het gebouw van de Verenigde Naties. Op de laatste clinic kregen we te horen dat onze ploeg daar niet aan deel zal nemen (de Friendship Run bestaat overigens nog wel, zie de website van de ING NYCM2011). Dat is jammer: zo’n loop staat symbool voor de verbroedering die het hardlopen bewerkstelligt.

Ik verkeer in de gelukkige omstandigheid dat die verbroedering (of zo je wilt: verzustering) al sinds de eerste dag dat ik ben gaan hardlopen deel uitmaakt van mijn sport. De mooiste vriendschappen kwamen voort uit de gezamenlijke passie voor de loopsport. Of het nu Silly Walkers zijn, mijn favo loopmaatje Sari, m’n nieuwste loopmaatje Reinout, m’n trouwste loopmaatje Marc, m’n loop/slaapmaatje Paula (dit klinkt gekker dan het is) en m’n spannendste loopmaatjes die meegaan naar New York… Ik noem er zomaar een paar. Maar dan vergeet ik Henk, Gabi, Marion, Ans, Willem, Peter, Laura, de meisjes van het secretariaat… En als ik probeer volledig te zijn, dan zijn er toch weer een aantal die er doorheen slippen.

Veel van de loopmaatjes die ik noemde heb ik de afgelopen tijd schromelijk verwaarloosd. Mijn trainingen voor New York liepen vaak niet parallel aan hun loopwensen. En toch steunden ze me allemaal. Ik ga het goed maken, dat beloof ik. Na NY, als ik uitgerust ben, rennen we weer samen door de bossen van Heumensoord, gaan we naar Rotterdam, Egmond en we vinden vast nog wel een plek waar we nog nooit eerder renden. Iets exotisch. Met een Vreselijke Berg. Een Ellenlange Brug. Of met een prachtige stad als parcours. Met jullie in mijn achterhoofd hoef ik geen Friendship Run te lopen. Mijn Friendship Runs loop ik gewoon thuis, in Nijmegen, met al die me dierbaar zijn. Ik zie jullie gauw.

Mireille

Commentaar (1) »

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 73 other followers